Plastics
30.06.2020

Onze omgang met plastic zal veranderen - eerst geleidelijk, daarna plotseling

Eva Amsen

Van lood tot kwik; de mensheid heeft zich aangepast aan een leven zonder materialen die we ooit als essentieel beschouwden. Wat kunnen we van deze ervaringen leren nu we bezig zijn een uitweg te vinden uit onze verstrengeling met plastic - en er een nieuwe, circulaire relatie mee aan willen gaan?

Verwacht hier het volgende te leren:

• Hoe bedrijven bezig zijn om plastic duurzamer te maken.

• Welke psychologie er schuilgaat achter het tegenhouden van veranderingen.

• Hoe het kan dat ooit radioactieve isotopen in onze kledingkast welkom waren.

In de roman van Ernest Hemingway’s uit 1926, The Sun Also Rises, wordt aan een van de personages gevraagd hoe hij failliet is gegaan. "Op twee manieren,” antwoordt hij. "Gradually and then suddenly” - eerst geleidelijk en dan plotseling. Het is een zin die vaak wordt geciteerd door analisten uit het bedrijfsleven en de politiek om uit te leggen hoe verandering, wanneer die plaats vindt, plotseling kan voelen - terwijl deze in werkelijkheid er al een tijdje aan zat te komen, als we de signalen hadden herkend.

Het is een dynamiek die voorspellers, historici, economen en wetenschappers fascineert, maar het is ook leerzaam in discussies over onze huidige wereld. Het kan ons helpen voorbij onze eigen aannames te denken. Verandering vindt plaats. Eerst geleidelijk, daarna plotseling.

De tijd waarin we leven kan door veel dingen worden gedefinieerd: het internet, antibiotica en ruimtevaart, om er maar een paar te noemen. Maar in termen van impact die we achterlaten, zullen toekomstige historici waarschijnlijk die eer toedienen aan plastic en onze afhankelijkheid ervan.

Verandering vindt plaats. Eerst geleidelijk, daarna plotseling.

Onder de huidige omstandigheden, is deze afhankelijkheid niet duurzaam. Kunnen we in 2020 iets leren van de manier waarop we onze relatie tot vergelijkbare ‘onmisbare’ materialen in het verleden fundamenteel hebben veranderd?

 
Aandenken aan verandering

Oude advertenties van consumentenproducten geven een surrealistisch beeld van een wereld waar gevaren de standaard waren voor het moderne leven: asbest in strijkijzers, radioactieve wijzerplaten en babythermometers met kwik. Hoe hebben we de omslag in onze relatie met deze producten gemaakt? En zou er ooit hetzelfde kunnen gebeuren met plastic? Het is geen giftig materiaal zoals asbest of kwik, maar wel een materiaal dat op dit moment wereldwijd ernstige problemen veroorzaakt doordat plastic afval op plekken terechtkomt waar het niet hoort en ernstige schade toebrengt aan onze leefomgeving.

“Een zeer betrouwbaar praktisch lichtgevend horloge”, verkondigt een horloge advertentie uit 1918. Met wijzerplaten die oplichten in het donker werden deze horloges aangeprezen als gadget voor militair gebruik en verkocht als modeaccessoires. Het glow-in-the-darkhorloge was als de smartphone van die tijd; nuttig en praktisch, enigszins nieuw en absoluut een statussymbool.

Maar er schuilde een addertje onder het gras. De horloges lichtten op in het donker omdat er verf met daarin radium en zinksulfide werd aangebracht op de wijzerplaat en de wijzers. De energie die vrijkwam van de radioactieve radiumisotoop Ra-226 zorgde voor een fosforescerende gloed, maar diezelfde radioactiviteit veroorzaakte ook stralingsvergiftiging bij de arbeiders die de verf aanbrachten op de wijzerplaten. In de Verenigde Staten klaagden enkele van deze ‘Radium Girls’ hun werkgevers aan voor onveilige arbeidsomstandigheden. Er waren verschillende rechtszaken en sterfgevallen voor nodig om de arbeidsomstandigheden te veranderen. Uiteindelijk is de productie van radioactieve wijzerplaten volledig stopgezet. Vandaag de dag beschikken we over veiligere oplossingen, zoals fosforescerende verf en digitale displays, om onze huidige horloges net zo op te laten lichten in het donker.

Dit was niet de eerste keer dat het bewustzijn over de risico's van een materiaal in het dagelijks gebruik veranderde door gezondheidsoverwegingen; of dat deze onze houding veranderde ten opzichte van wat in eerste instantie een probleemloos gebruik leek te zijn.

Deze materialen maakten ons leven gemakkelijker en comfortabeler en veranderden onze levensstandaard.

Vandaag de dag doet het woord asbest waarschijnlijk denken aan oude bouwmaterialen die een gezondheidsrisico vormen als ze tijdens de renovatie worden beschadigd. Maar in het midden van de 19e eeuw, ruim voordat die risico's bekend waren, werd asbest verwerkt in alles wat mogelijk voordeel kon hebben van de isolerende eigenschappen: bakstenen, textiel, meubels, branddekens, strijkijzers, remblokken, brandweeruitrustingen. Als het heet zou kunnen worden, voeg dan wat asbest toe voor de veiligheid.

Maar de directe veiligheid die het biedt, wordt gecompenseerd door een nadeel op langere termijn. Het inademen van asbestvezels kan longbeschadiging, kanker of mesothelioom veroorzaken. Sinds het begin van de 20e eeuw, toen asbestmijnwerkers en textielarbeiders ziek werden, zijn mensen zich bewust van deze gezondheidsrisico's. Naar aanleiding van medisch bewijs dat het verband tussen asbest en ziekte bewijst, werd geleidelijk aan regelgeving voor het gebruik van asbest ingevoerd en begon de industrie over te schakelen op andere soorten isolatiemateriaal. In de loop van de laatste helft van de 20e eeuw hebben veel landen wetgeving aangenomen om het gebruik van asbest te beperken of volledig uit te bannen. De kennis over de giftigheid van het materiaal is vandaag de dag algemeen bekend en de blootstelling aan het materiaal is tot een minimum beperkt.

Nu vragen we ons misschien af wat we in het begin dachten? Feit is echter dat materialen als asbest en radium in eerste instantie een goed idee leken. Net als lood - dat zo lang van zo'n fundamenteel belang is geweest voor de Westerse wereld dat we de Latijnse naam ervoor (plumbum) in het Engels nog altijd gebruiken voor loodgieterswerk (plumbing) – maakten deze materialen ons leven makkelijker, veranderden ze onze levenstandaard en droegen ze bij aan de economische vooruitgang.

En toen, ogenschijnlijk plotseling, bleken de nadelen overdonderend.

Het zijn allemaal materialen waarbij de voordelen werden uitgebalanceerd door nadelen. Ze volgden allemaal hetzelfde patroon. Eerst waren de nadelen niet bekend. Daarna werden ze nauwelijks besproken. Vervolgens werd het niet als zodanig belangrijk beschouwd dat we ons gebruik ervan moesten aanpassen. En toen, ogenschijnlijk plotseling, bleken de nadelen overdonderend. Pas toen voerden we op grote schaal veranderingen door en gingen we op zoek naar duurzamere oplossingen.

Het fascinerende is dat dit soort verhalen zich op verschillende manieren lijken te voltrekken, terwijl ze uiteindelijk iedere keer weer hetzelfde zijn.

 
De veranderingspatronen onder de loep genomen

Het ging niet altijd om snelle of gemakkelijke veranderingen. We moesten niet alleen beslissen welk materiaal we ervoor in de plaats zouden gebruiken; we moesten ook compleet herzien wat we als ‘normaal’ beschouwden en het idee van ‘nuttig’ herdefiniëren.

In dat proces was er vaak een periode waarin de meeste mensen doorgingen met de status quo, terwijl een kleine groep mensen aan de bel trok.

Nog niet zo lang geleden zagen we eenzelfde proces bij de geleidelijke afbouw van chloorfluorkoolwaterstoffen (cfk’s).

In de jaren negentig vormde het gat in de ozonlaag een van de grootste zorgen op milieugebied. In 1974 hadden chemici ontdekt dat de cfk's die vaak in consumentenproducten als haarsprays en koelkasten werden gebruikt, tot in de stratosfeer reikten en daar geleidelijk ozon verwijderden uit de ozonlaag. De ozonlaag absorbeert de uv-straling van de zon. Zonder de ozonlaag zou het leven op aarde niet mogelijk zijn. Het is dus van levensbelang om dit intact te houden.

Het succesverhaal van het uitbannen van cfk’s vormt een geweldig voorbeeld van wat we kunnen bereiken als we onze gewoontes en productiemethodes veranderen.

Consumenten raakten bezorgd over de hoge hoeveelheden cfk's in bepaalde producten en eisten verandering. Bedrijven begonnen daarop met de productie van cfk-vrije sprays, als reactie op de wensen van consumenten. Toen in 1985 een onderzoeksexpeditie een groot gat in de ozonlaag boven Antarctica ontdekte werd de kwestie nog urgenter. In 1987 ondertekenden landen overal ter wereld dan ook het Montrealprotocol, waarmee ze zich committeerden aan het uitbannen van cfk's. Veel landen hebben cfk's sindsdien helemaal in de ban gedaan. Nieuwe koelkasten gebruiken een andere soort koelvloeistof en ook haarsprays bevatten geen cfk's meer. Bovendien heeft het verbod gewerkt. In 2019 meldde NASA dat het gat in de ozonlaag nog nooit zo klein is geweest sinds het voor het eerst werd ontdekt.

Het succesverhaal van het uitbannen van cfk's vormt een geweldig voorbeeld van wat we kunnen bereiken als we onze gewoontes en productiemethodes veranderen. Het herinnert ons er ook aan dat we ooit geheel afhankelijk waren van cfk's (al was het maar voor je koelkast thuis), en dat we nu niet alleen zonder cfk’s kunnen, maar dat we ze zelfs nergens meer voor nodig hebben.

In alle bovenstaande voorbeelden zie je hetzelfde verhaal terugkomen, vooral in het begin. We kwamen erachter dat een bepaald materiaal een handige eigenschap had. We begonnen het te gebruiken in consumentenproducten. We raakten aan deze producten gewend en begonnen het materiaal buitensporig veel te gebruiken. En toen ontdekten we de risico’s op de lange termijn.

Maar wat nu echt interessant is, is wat er daarna gebeurde.

Toen we eenmaal wisten van de risico's die radium, asbest en cfk's met zich meebrachten, kwamen ook de eerste protestmarsen en door consumenten opgezette actiegroepen op. Deze protesten voerden de druk op bepaalde fabrikanten en bedrijven op.

Hierna pas kwamen de beleidswijzigingen, gevolgd door nieuwe vervaardigingsprocessen. Uiteindelijk raakten we weer gewend aan het nieuwe normaal. Sterker nog, nu kunnen we ons zelfs niet meer voorstellen dat we deze producten ooit maar al te graag dagelijks gebruikten.

Lood en radium zijn nog altijd nodig en worden nog altijd gebruikt voor zeer specifieke doeleinden, maar ze zijn niet langer ons eerste toevluchtsoord.

We gebruiken lood en radium nog altijd voor zeer specifieke doeleinden, waar we ze ook echt voor nodig hebben, maar we stoppen onze woningen er niet meer vol mee en gebruiken het niet meer zo lichtvoetig als vroeger. Ze fungeren niet langer als eerste toevluchtsoord. Waar ze nog wel worden gebruikt, gelden strenge veiligheidsmaatregelen.

We zijn nu bedachtzaam in het gebruik en zijn ons bewust van de keerzijde, waarnaar we ook handelen. In de tussentijd hebben we alternatieve producten weten te ontwikkelen. Horloges die oplichten in het donker maken nu gebruik van elektriciteit in plaats van radium. Brandwerend materiaal wordt niet meer van asbest gemaakt, en koelkasten en haarsprays werken zonder cfk's.

We hebben onze gemakken niet op hoeven geven. Het duurde gewoon even voordat we onze denkpatronen aanpasten.

We hebben nu echter ook een andere mindset.

We hebben onze gemakken niet op hoeven geven; we moesten puur andere manieren verzinnen om dit soort materialen behoedzamer te gebruiken. Het duurde gewoon even voordat we onze denkpatronen aanpasten.

En juist daar zit vaak de meeste onrust. Bij veel van deze veranderingen, waarbij we afstappen van bepaalde veelvoorkomende materialen, bestaat er een fase waarin we ons bewust zijn van de nadelen, maar het reguleren, beperken of weren van het materiaal toch als radicaal beschouwen.

Kijk bijvoorbeeld naar de vrij recente ontwikkeling bij cfk’s. Tegen de jaren tachtig wist de mensheid al van de risico's van cfk's. Logischerwijs zou je denken dat het voor consumenten een gemakkelijke keuze zou moeten zijn om spuitbussen niet langer aan te schaffen. Maar dat is met de kennis van vandaag. Destijds werd zo'n standpunt gezien als tegendraads.

(Een bijzonder feitje is dat de uitvinder die zich uitsprak voor het gebruik van cfk's, de Amerikaanse wetenschapper Thomas Midgley, eerder in 1924 ook het gebruik van tetra-ethyllood in benzine goedkeurde. Midgley riep dat ook het gebruik daarvan ‘helemaal veilig’ was en er geen nadelen aan verbonden waren.)

We hebben nu een hele andere mindset. Algemene opvattingen veranderen. Eerst geleidelijk, daarna plotseling.

In de jaren tachtig en negentig vonden er veel protesten plaats tegen cfk's. Net bij als de waarschuwingen over het gat in ozonlaag waren het vooral actiegroepen die hierin het voortouw namen. Aanvankelijk was het voor veel mensen moeilijke hun denkwijze aan te passen.

Maar de boodschap van de actiegroepen brak wel geleidelijk door. Nu kunnen we het ons niet eens meer voorstellen dat we ooit cfk's zo lichtvoetig hebben gebruikt en daarbij nul rekening hielden met de ozonlaag. We hebben nu een hele andere mindset. Algemene opvattingen veranderen constant. Eerst geleidelijk, daarna plotseling.

 
Hoe het plastictijdperk aan het veranderen is

Laten we nu eens kijken naar de gemakken die we vandaag ervaren; de schijnbaar noodzakelijke bouwstenen voor ons huidige bestaan. Materialen waarvan we denken dat we niet zonder kunnen, net als dat een leven zonder lood onmogelijk werd geacht. Zullen toekomstige generaties onze afhankelijkheid hiervan net zo gek gaan vinden?

Velen zijn van mening dat onze huidige plasticconsumptie in hetzelfde rijtje geplaatst kan worden. Misschien niet omdat plastic net zo giftig of schadelijk voor de gezondheid is als asbest of lood, maar omdat het buitensporige en onzorgvuldige gebruik ervan (aan het einde van de levenscyclus) wel degelijk schade aan het milieu berokkent en mogelijk ook gezondheidsrisico's met zich meebrengt.

Je vindt plastic overal in onze woningen; van voedselverpakkingen tot huishoudelijke producten. Ook in en rond onze steden, in auto's, gebouwen en zelfs in onze schoenen en kleding vind je plastic. De wereldwijde productie van plastic neemt gestaag toe. Toch zijn we er ons reeds van bewust dat, hoewel er aanzienlijke voordelen zijn in bepaalde toepassingen, het buitensporige en onzorgvuldige gebruik ervan op andere plekken tot problemen leidt.

Wat vaststaat, is dat we ons al in een transitieproces begeven, als het om plastic gaat. We zien consumentengewoontes al veranderen. Huishoudelijk plastic wordt steeds vaker gerecycled en plastic tasjes worden steeds vaker geweigerd aan de kassa, zelfs wanneer ze worden aangeboden. In de tussentijd zijn bedrijven op zoek naar manieren om over te stappen op duurzamere vormen van plastic die geproduceerd worden op basis van hernieuwbare of gerecyclede grondstoffen. Ook zijn ze op zoek naar nieuwe methodes om plastic dat we niet meer gebruiken te recyclen, om zo de negatieve gevolgen van plastic afval dat in het milieu terechtkomt tegen te gaan.

Wat kunnen we leren van onze vorige ervaringen met het oog op de toekomstige vraag naar plastic?

Bedrijven zoals Neste zijn bezig met het ontwikkelen van oplossingen waarmee we ons plasticgebruik kunnen verduurzamen. Samen met haar partners werkt Neste aan chemisch recyclen, zodat plastic dat momenteel niet in aanmerking komt om mechanisch te worden gerecycled, alsnog kan worden gerecycled. Hierbij wordt plastic afval van waarde en zorgen we ervoor dat plastic vaker wordt hergebruikt en minder gemakkelijk wordt weggegooid. Daarnaast kan chemisch gerecycled plastic afval gecombineerd worden met hernieuwbare plastic grondstoffen om zo nieuw plastic te vervaardigen. In dat proces wordt de industrie ook nog eens minder afhankelijk van ruwe fossiele olie.

Aangezien plastic in veel toepassingen voorkomt als kernmateriaal, heeft het waarschijnlijk weinig zin om ons een wereld zonder plastic voor te stellen. Zo zie je tijdens de COVID-19-pandemie bijvoorbeeld dat de hygiënische toepassingen van plastic in de medische sector, alsook bij medische verpakkingen, simpelweg levens redden. Maar afgezien daarvan zijn maatregelen zoals die wereldwijd door Neste worden genomen, waarbij het gebruik van niet-essentieel en wegwerpplastic wordt beperkt, noodzakelijk voor het indammen van de milieu-impact, zowel voor de korte als de lange termijn.

Wat betekent dit voor de houding van consumenten en bedrijven? Wat kunnen we leren van onze vorige ervaringen (denk aan lood en de andere voorbeelden) met het oog op de toekomstige vraag naar plastic?

Een wereld zonder plastic wordt momenteel alleen voorgedragen door een kleine groep activisten, net als dat het geval was bij mensen die in de jaren tachtig opriepen nooit meer haarspray te gebruiken. Maar de wetgeving is al aan het veranderen. Zo zal de EU in 2021 veel wegwerpplastic gaan verbieden. Denk bijvoorbeeld aan plastic rietjes, borden en bestek. Daarnaast zijn er ook bedrijven die als pioniers reeds nieuwe en duurzamere productiemethodes voor plastic toepassen.

Er vindt dus al verandering plaats. Dat geldt niet alleen voor de vervaardiging van plastic. Uiteindelijk zal iedereen zich er bewust van zijn dat ons huidige plasticgebruik niet houdbaar is. Dat is vergelijkbaar met hoe we ons nu niet voor kunnen stellen om een radium horloge te dragen of ons haar in te sprayen met een bus vol cfk's. Op een dag zullen we misschien verbijsterd terugkijken op de hoeveelheid nieuwe plastic tasjes die we altijd meenamen van de supermarkt naar huis, of hoe we vroeger al ons plastic afval bij het gemengd afval gooiden.

Hoewel een dergelijke wijziging in ons gedag of onze houding vaak uit het niets lijkt te komen, is het proces reeds gaande. Het belangrijkste is dat dit proces is ingezet en dat zowel consumenten als overheden en de industrie op zoek zijn naar oplossingen. Ze zijn op zoek naar manieren om plastic te vervaardigen op basis van hernieuwbare grondstoffen en bestaand plastic afval in plaats op basis van ruwe aardolie. Er wordt regelgeving in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat we plastic niet ‘zomaar’ gebruiken, maar dat we plastic alleen inzetten als het de beste en meest duurzame oplossing is.

Om dit proces in werking te zien, hoef je alleen maar naar de advertenties voor wegwerpproducten van vroeger te kijken en te zien hoe vreemd en verkeerd die aanvoelen. Tussen de jaren vijftig en negentig werd het ‘wegwerp’-aspect van bepaalde producten juist gezien als de meest aantrekkelijke eigenschap. ‘Waarom zou je je lunchbox of beker met je meedragen? Gooi 'm gewoon weg!’ Van wegwerpponcho's tot wegwerpcamera's; veel producten werden juist verkocht omdat ze zo goedkoop en tijdelijk waren.

Zoals al eerder opgemerkt; denkwijzen veranderen echt. Velen zijn ook al helemaal anders gaan denken. Bedrijven, maar ook investeerders (misschien nog wel belangrijker), beginnen zich te realiseren dat deze verandering reeds gaande is en dat je daar maar beter aan mee kunt werken, of beter nog, het proces kunt laten versnellen. Een internationaal uitgezonden prijswinnende IKEA-reclame uit 2002 toont een lamp die bij het grofvuil wordt gezet. Aan het eind van de reclame zegt een Zweeds personage het volgende: "Veel van jullie hebben medelijden met de lamp. Dat komt omdat jullie gek zijn!”

In 2018 kwam IKEA met een vervolg dat mooi laat zien hoe we nu anders zijn gaan denken. In de nieuwe reclame wordt dezelfde lamp van de straat gepikt en krijgt deze een nieuwe eigenaar. Het contrast is achteraf gezien enorm, maar dat geldt ook voor al die andere (culturele) veranderingen die zich de afgelopen twee decennia hebben voorgedaan.

Het is inherent aan verandering dat het moeilijk is om het op te merken op het moment dat het plaatsvindt. Dit geldt voor loodhoudende benzine, cfk's en andere materialen, maar ook voor bredere vraagstukken, zoals bijvoorbeeld klimaatverandering. In plaats van volledig af te zien van plastic, moeten we de manier waarop we nadenken over plastic, er gebruik van maken en het vervaardigen aanpassen.

Van een ondenkbare verandering, naar een onvermijdelijke verandering. De mindsets verandert.

Eerst geleidelijk en dan plotseling.

Dr. Eva Amsen is een schrijver en wetenschapscommunicator wiens werk is gepubliceerd door Forbes, Nautilus en The Scientist.

Share article